De Duitse hoek (Albertpark, Harmonie)

Vroeger – toen de dieren nog konden spreken – verliet je via de Sint-Jorispoort de oude Stad Antwerpen en kon je je langs de Mechelse steenweg naar het ommeland begeven. Het eerste dorp dat je tegenkwam, was Berchem. Daar lag ook de officiële grens van ‘t Stad (‘de Vrijheid’ ter hoogte van de huidige Albertlei). Deze route kunt u nog steeds volgen en de grenssteen staat er ook nog steeds. Volg je de Mechelse steenweg nog verder rechtdoor, dan kom je vanzelf via de grote Steenweg wel een keer in Mechelen, logisch.

Al vanaf de Middeleeuwen kon je echter ook halverwege in dat niemandsland, teer hoogte van het Galgenveld (nu Albertpark), de Mechelse steenweg verlaten en naar rechts afbuigen. Dan kwam je op de Wilrijkse baan en die bracht je – zoals verwacht – in Wilrijk (via wat nu de Karel Oomsstraat en Beukenlaan is). De natuurlijke driehoek die zich daar vormt bestaat dus al sinds de Middeleeuwen als aparte plek, en werd in de tweede helft van de 19de eeuw zelfs the place to be van Antwerpen. Het was het most fashionable quarter van Antwerpen (Baedeker for Holland and Belgium, 1905), met een bruisend sociaal en cultureel leven, voornamelijk geanimeerd door de Duitse Antwerpenaars die zich in groten getale in die buurt hadden gevestigd: de Duitse hoek heette de wijk dan ook in de volksmond.

De Duitse Hoek (1894 – détail stadsplattegrond wereldtentoonstelling) – click to enlarge

De Duitse hoek 

[Veel info hieronder is ontleend aan Ignace Bruyland's eindwerk van stadsgids Antwerpen, over het 'Koning Albertpark: hoek kant Harmonie', 2003-2004]

Tot in de 18de eeuw was die driehoek een wat groezelige en zelfs spooky plek. Het gebied – hoewel grondgebied van Antwerpen, maar dan extra muros – was ooit een moerassig stuk land (het ‘Papenmoer’). In de omgeving stroomden drie beekjes en de grond langsheen de Wilrijksebaan was onbebouwd. Op de plek waar nu de Harmonie staat, lag sinds de 13de eeuw de leprozerij Terzieken, niet direct the place you want to be. In de 15de eeuw was dan ook nog eens de driehoek die onstaan was door de Mechelse Steenweg, Wilrijksebaan en de grens van Antwerpen (Albertlei, in gebruik als Galgenveld. De veroordeelden werden hier vanuit de stad naartoe gevoerd om opgehangen te worden, dan wel geradbraakt, enz. Hun lijken werden daarna opgehangen aan ijzeren kettingen tussen drie stenen zuilen die bekroond waren met een fiere Brabantse leeuw. Justice must be done, al verschilt de uitvoeringspraktijk (ook wel ‘executie’ genaamd) nog al per cultuur en per periode. De plaats bleef in gebruik voor terechtstellingen tot 1703.

Op de bekende kaart ‘Marchionatus..’ uit 1624 het Galgenveld aangeduid, met pijlen: Terzieken en de Grenspaal van Berchem.

De buurt was echter in de tussentijd wel totaal van aanzien veranderd. Grondspeculant en ‘projectontwikkelaar’ avant la lettre, Gilbert Van Schoonbeke had namelijk in 1547 het domein Ter Beke gekocht (ten westen van de Wilrijkse baan), had het verkaveld en vervolgens lot per lot doorverkocht aan rijke kooplieden. Zij bouwden hier hun zomerverblijven, de zogenaamde hoven van plaisantie. De buurt werd de place to be en de Margravelei een prima plek voor een sightseeing-trip buiten de stad. De leprozerie Terzieken verdween (in plaats kwam het landgoed Valkenburg).

Zelfs het Galgenveld – hoewel nog in gebruik – kreeg een make-over: Er werden bomen aangeplant, er werd landbouw voorzien, maar het wilde niet echt mee in de opwaartse beweging van de buurt. Op het eind van de 18de eeuw besliste de Franse prefect d’Herbouville om er dan maar een plantentuin van te maken.  Stadsarchitect F. Verly maakte in 1802 het ontwerp en de tuin meteen maar van een ‘promenade publique’, een gouden greep, zoals zal blijken. Het duurde nog tot 1810 voor een gedeelte als boomkwekerij werd aangelegd en de rest als wandelpark, geheel in formele, geometrische stijl, zoals goed zichtbaar op deze kaart.

Plattegrond uit 1831 met het geometrische patroon van de boomkwekerij, de Pépinière. De naam de DRIJHOEK is ook vermeld, in het Frans = Les Trois Coins

 

De benaming was Pépinière, Jardin Botanique of in de volksmond: de Warande. Dat deel van de Wilrijksebaan die langs het park scheerde, werd herdoopt in Warandestraat (in het Frans Rue de la Pépinière). Aanvankelijk was de Warande niet toegankelijk voor het publiek, maar het toegangsverbod werd later opgeheven. Tot halfweg de negentiende eeuw bleef de wijde omgeving haar landelijk karakter behouden. Met haar lust- en fruithoven, de Warande en enkele herbergen was het een geliefd zondags wandeldoel voor de Antwerpse burgers.

De uitspanning op het punt waar de Wilrijksebaan (nu Elisabehtlei) zich afsplitst van de Mechelse steenweg.

In 1846 kwam er nog een attractiepool bij, toen de muziekvereniging “De Grote Harmonie” haar nieuwgebouwde zomerlokaal inhuldigde op de plaats waar vroeger Terzieken en daarna het landgoed Valkenburg. Ze richtte er geregeld klassieke concerten in, en “matinées musicales”. Veel uitvoeringing geschieden in de open lucht. Het was niet voor niets het ‘zomerlokaal’. Men musiceerde op het verhoog voor de ‘Harmonie’. Het muziekleven scheerde er later hoge toppen.

Openluchtconcert in het Harmoniepark

 

Vanaf 1850 werden de gronden langs de Mechelsesteenweg en rond de Warande vrij snel verkaveld voor de grote herenhuizen van Duitse kooplui, en de nieuwe havenrijken. Daardoor veranderde het karakter van de buurt helemaal. In 1868 werd de vest tussen de Warande en de Warandestraat gedempt. Nadat in 1867-68 het huidige Stadspark was aangelegd, ging de Warande sterk achteruit in populariteit. De bewoners verzochten de gemeenteraad om een heraanleg, maar nu echt als park. In 1877-78 werd het plan van de Parijse architect Bruno voor een open wandelpark met kiosk en hoveniersmagazijn, uitgevoerd. Daardoor verkreeg het park zijn huidige uitzicht in Engelse landschapsstijl.

Detailkaart van de buurt rond de Pepinière (1901), met de percelen en bebouwing. Met potlood is het tracee van de Jan Van Rijswijcklaan al aangebracht

Ook hier bloeide het muziekleven, want vanaf 1885 werden er, in het kader van het “Bestendig Festival”, in de zomermaanden elke week concerten gegeven door muziek- en zangverenigingen uit binnen- en buitenland.

De huizen/percelen/nummering van de Koningin Elisabethlei is een tricky business. Omdat er veel misverstand over is, het volgende (gebaseerd op Serge Migom, Een huis voor de provincie). 

We beginnen aan de stadskant: Walter Kreglinger verwerft in 1870 een groot perceel. Hij bouwde, verbouwde, brak af en splitste in de jaren 1890 het perceel op:

nr. 16 Gustaaf Ernest Kreglinger bouwde in 1894 aan de Warandestraat 7 zijn huis (arch. Hertogs)

nr. 18: (het andere perceel verkocht aan: Karel-Alfred Good-Engels: neorococo huis Koningin Elis 18 (arch. Hertogs) 1896-1899

Van de andere kant komend: Fam. Von der Becke bezat twee domeinen in deze buurt. ‘ Witte Huis’  waar nu de Jan van Rijswijcklaan begint en domein Gottal. Dit laatste wordt gesplitst in 3 percelen

Nr. 26 = Huis voor Von der Becke zelf = Huize Herbosch 1912

Nr. 24 = verkocht in 1909 aan Paul Kreglinger: herenwoning arch Van Dijk (logisch = zelfde als van de kantoren op de Grote Markt!).  > V bom 1944

Nr. 22 = Fam. J. (ik meen Peter, dw.) Fuhrmann  (arch Hertogs), 1892

Tussen beide stukken in staat dan nog nr. 20 = 1907 bebouwd door J. Van der Linden (arch Hertogs).

Tijdens WO II zijn de nrs. 18, 20, 22 door de Duitsers opgeeist. Waffen SS/ Sipo-SD. Na WO II: Britse Welfare neemt de huizen in gebruik en eind 1945 vestigt de provinciegouverneur enkele van de provinciediensten in met name de nrs. 18 en 22.

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het huis Kreglinger door een V-bom vernield. Nadien worden ook de overige panden/kavels opgekocht met de bedoeling er een nieuw provinciaal
gebouwencomplex op te richten. De eerste steen werd gelegd op 18 oktober 1966. In 1969 was de ruwbouw voltooid en op 25 mei 1972 werd het torengebouw officieel geopend. Vanaf 1974 werden dan de zogenaamde voor- en achterbouw opgetrokken, waarvan de ruwbouw in 1977 klaar was. Op 21 juni 1980 werd het voltooide Provinciehuis plechtig geopend. om in 2016 te worden gesloopt…

Het park veranderde in de 20ste eeuw niet meer van inrichting, enkel nog van naam. Dat gebeurde in 1919: in de patriottische geestdrift van na de Eerste Wereldoorlog werd het Koning Albertpark genoemd, al leeft de oude naam Warande nog voort in het gewone taalgebruik. Ook de straat werd toen omgedoopt tot Koningin Elisabethlei. De grensstraat van de ‘Vrijheid van Antwerpen’ werd later ook nog eens geroyaliseerd: Van Rue du Robinet naar Prins Albertlei.

Door de aanleg van de Jan van Rijswijcklaan (voltooid in 1929) is de basisstructuur van het stratenplan een stuk minder goed zichtbaar. De naamsverandering van het tweede stuk van de Wilrijksebaan in Karel Oomstraat is te danken aan het feit dat naast het ‘Hôtel Fester’ (dat er nog staat) het huis heeft gestaan van Karel Ooms, de bijzonder bekwame, maar weinig originele schilder van historische taferelen…