Christian en George Kreglinger

Christian en George Kreglinger

Als de gebroeders Kreglinger in 1797 (Franse tijd > Franse namen) in Antwerpen een handelshuis oprichten (koffie, wol, tabak, leer), dan is dat wel een nieuw bedrijf maar tegelijk ook een zoveelste tak aan een stevig in Europese bodem verwortelde boom. Ze stammen immers uit een handelsfamilie afkomstig uit Karlsruhe en hebben zich voordat ze zich in Antwerpen vestigden  geperfectioneerd in het vak door stage te lopen bij bevriende handelshuizen resp. in Frankfurt am Main en Amsterdam. Terwijl ze in Antwerpen hun eerste stappen zetten, krijgen ze trouwens ook effectieve ondersteuning van het thuisfront (m.n. uit Karlsruhe en Parijs). Ze corresponderen intensief met hun broer Friedrich (Frédéric) in Parijs, die aanbevelingsbrieven opstelt, advies geeft, contacten legt.

De gebroeders Kreglinger hebben lef. Een aantal oude gildehuizen op de Grote Markt staat leeg begin 19e eeuw. De gilden zijn opgedoekt. Zij kopen drie belendende panden op om er hun kantoren in te vestigen (nrs. 7, 9, 11). In de loop van de negentiende eeuw verfraaien en ‘reconstrueren’ (zie het terzijde hieronder) ze die tot ze begin twintigste eeuw staan te blinken als de Middeleeuwse trots van Antwerpen: de gildehuizen. Leopold II komt langs om ze te bewonderen, m.n. de glanzende st. Joris bovenop het ‘Huys van Spaengien’ (voetboog- of  schuttersgilde), een kunstwerk van Jef Lambeaux, dezelfde als van de Brabo-fontein. De Kreglingers blijken succesvolle handelaars en Georg is al meteen lid van Kamer van Koophandel als die in (1803) wordt opgericht. Overheersen in die tijd de Franse namen, naarmate de eeuw vordert zien we steeds meer Duitse namen in dit belangrijke adviesorgaan opduiken. Ook is zeer geregeld een Duitse handelaar voorzitter van de Antwerpse kamer. Aan het einde van de negentiende eeuw was Eugène Kreglinger voorzitter van de raad van beheer bij de ‘Banque de Commerce’ en directeur van het ‘Crédit Foncier Sud Americain’. Zijn vader, Albert Kreglinger, was een autoriteit op monetair vlak en was van 1900 tot 1918 beheerder van het Antwerpse filiaal van de ‘Nationale Bank van Belgie’. Paul Kreglinger op zijn beurt was dan weer voorzitter van het bestuur van de ‘Banque Centrale Anversoise

terzijde: 

Van de gildehuizen zijn alleen de nrs. 5, 7, 21, 24, 38 en 40 min of meer authentiek, de overige zijn ‘wederopbouwingen’ in het kader van wat men met een mooi woord imitatieve begeleidingsarchitectuur  noemt. De twee andere panden van de Kreglingers naast het huis Spaengien (De Spieghel en de Zwarte Arendt) zijn neogothische reconstructies. Architect van dienst was. F. van Dijk, die ook de restauratie van ‘hun kerk’ (Lange Winkelstraat) superviseerde.  De tekst op de borstwering van de bovenverdieping van nr. 7 verwijst vol trots deze reddende restauratie: ‘Der vaadrenkunst lag hier gedekt. En sliep tot ik haar heb gewekt. Nu glanst en lacht  zij hier weer vol pracht. Tot vreugd van ons en ’t nageslacht’. Boven de deuromlijsting het wapenschild van de firma Kreglinger en de jaartallen 1500 en 1904.

3 thoughts on “Christian en George Kreglinger”

  1. (Please forgive me for writing in English… I can read Flemish, but not write it…)

    This is most interesting. I am researching the Belgian refugee families who came to our town, Tunbridge Wells in Kent, England, during World War One, and one was Gabrielle Le Jeune-Kreglinger, her husband and sons. I read somewhere that she was a deacon of the Christuskirche from 1920. Would you be able to help me find out more? Please get in touch if so belgiansrtw[at]gmail.com
    Thank you very much. Dank u well.
    Alison

    1. Yes, indeed, she was one of the founders of the protestant Church in Antwerp (french-speaking section). They separated from the German-church (to which she belonged: Kreglinger) because the minister and the Church board were too sympathetic too collaborative with regard to the German occupators. I can send you more info if you are interested.

      1. Wonderful English! Thank you! And thank you so much for your very quick reply. This is fascinating – particularly when the assumption is that all the refugees were Catholic – to have such a prominent Protestant family in the town. Tunbridge Wells was a very ‘Protestant’ town at that time. I’d love to know more – I’ve read what you’ve written on your various blogs and websites. She and her husband were very prominent in the life of Tunbridge Wells and its small ‘Belgian Colony’. Amongst other things, M. Le Jeune set up a ‘Belgian school’ (though not until Spring 1918) and when they returned home, he sent money for an essay competition for school children which contginued until the late 1930s. I’m hoping to organise an “Anglo-Belgian Friendship Event” in the town next year, and would very much like to trace descendants to invite them over or at least involve them in the event in some way. My direct email address is belgiansrtw@gmail.com. Thank you very very much. Alison MacKenzie

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *